Adopteer eens een oma

maandag 14 mei 2018

  • HANNN
  • AndersOud 2030

Strijd tegen de eenzaamheid

Welmoed Wester drinkt wekelijks een kopje koffie bij haar adoptieoma. Zij krijgt de verhalen over een tijd waarin zelfs typemachines een rariteit waren. En haar 93-jarige protege heeft iemand om mee te praten. ‘Ik beleef helemaal niks.’

Het is drie over half tien als de 22-jarige studente Welmoed Wester het nieuwe, statige verzorgingstehuis van ZINN in Selwerd binnenstapt. Om half tien heeft ze afgesproken met haar ‘adoptieoma’. De paar minuten te laat zijn niet onopgemerkt gebleven. Welmoed: ‘Ze heeft al drie keer gebeld of ik het vergeten was.’

Een keer per week drinken ze samen een kopje koffie. Of doen ze wat boodschappen. Het is maar een uurtje, maar wel een uur waar de 93-jarige mevrouw Benthem-Dwars erg naar uitkijkt. Ze voelt zich eenzaam, des te meer omdat de nieuwe plek haar niet bevalt. ‘In het oude gebouw aan de overkant was het gemoedelijk. Bovendien had ik een mooi uitzicht op de vijver, waar altijd bedrijvigheid was’, verzucht ze.

Alleen op haar kamer

Haar man overleed een jaar of tien geleden. Haar kinderen komen haar zo nu en dan nog wel opzoeken, maar het grootste gedeelte van de tijd zit ze toch alleen op haar kamer. Met de leeftijd zijn de nodige gebreken gekomen – arm doet pijn, moeilijk ter been, slechthorend – waardoor ze steeds minder zelfstandig is.

Gelukkig is ze nog altijd in het bezit van een gezonde dosis nieuwsgierigheid en een vlotte babbel. Waarom over háár toch een artikel geschreven wordt, vraagt ze zich hardop af. ‘Ik beleef hier helemaal niets, schrijf over haar!’, zegt ze, wijzend richting Welmoed. Praten over haar huidige situatie doet ze bij voorkeur niet. Vragen ontwijkt ze. Ook een foto maken heeft de nodige voeten in de aarde. Lachend: ‘Nee, ik ben oud en lelijk. Toen ik jong en blij was, kon het er nog mee door.’
Veel liever praat ze over hoe het vroeger was. Over de prachtige wandelingen met haar opa toen ze nog in Harderwijk woonde. Over de vele verhuizingen die ze heeft meegemaakt. Over haar man die paardenhandelaar was.

Over haar werk als kantoormedewerkster bij het ziekenfonds: ‘Toen had je nog geen typemachines.’ Over Amersfoort, Leeuwarden, Groningen en Dalfsen. Over hoe ze altijd zo van lezen en schrijven hield. Over dat ze daar wat mee had moeten doen, maar dat ze haar school nooit heeft afgemaakt vanwege de oorlog.

Onlinewereld

Welmoed luistert aandachtig. ‘Maar vertel eens over jou’, zegt mevrouw Benthem-Dwars. Afgelopen weekend deed Welmoed mee aan de Batavierenrace. ‘In estafettevorm zijn we van Nijmegen naar Enschede gelopen.’ De verbazing is van mevrouw Benthem-Dwars’ gezicht af te lezen. ‘Hoe weten al die studenten dan dat daar een wedstrijd is?’ vraagt ze. De onlinewereld is niet aan haar besteed.

Welmoed kwam via de Rode Kruis Studentendesk in aanraking met het ‘Adopteer een Oma/Opa’ project. ‘Ik kende iemand die vorig jaar dit project deed en iemand die bij het bestuur van de Rode Kruis Studentendesk zat.’ Pas sinds een paar weken brengt ze bezoekjes aan mevrouw Benthem-Dwars. ‘Tot nu toe is het erg leuk.’

Ze combineert het met onder andere een pre-master klinische neuropsychologie.
Mevrouw Benthem-Dwars interrumpeert: ‘Is dat op het Zernike?’ Welmoed: ‘Op het UMCG.’ Het blijft even stil. ‘Ik wist niet dat daar ook een school was’, antwoordt ze. ‘Maar vertel nog eens wat je hebt beleefd dit weekend, het was zulk mooi weer.’

Oorlog

De oorlog – ‘We kwamen daar kapot uit’ – komt veel terug in de verhalen van mevrouw Benthem-Dwars. Het gesprek vindt een week voor de dodenherdenking plaats. Zonder moeite reproduceert ze de bevrijdingsdatum van Leeuwarden, de stad waar ze tijdens de oorlog verbleef: 15 april ’45.

De dag zelf heeft ze minder helder voor de geest. Ja, iets met stoeten Canadezen of zoiets. ‘We waren wel blij dat er brood uit de lucht kwam vallen.’

Mevrouw Benthem-Dwars rijgt de verhalen aaneen. Welmoed is met haar aandachtige blik een prettig publiek. Welmoed: ‘Ik vind het leuk dat ik iets kan doen. Dat ze blij is als ik er ben. Daar haal ik veel voldoening uit.’ Voor mevrouw Benthem-Dwars is het een zeer welkome afwisseling, ondanks dat het maar één van de 168 uur in de week is.

Na afloop loopt ze mee tot aan de voordeur.

Mevrouw Benthem-Dwars wil graag een exemplaar van de Universiteitskrant waarin het gesprek met haar staat, zegt ze dan. ‘Als je dan ook zo’n krantje op de kop kunt tikken, dat ik het ook lezen kan?’

Tekst en foto’s Freek Schueler

Bron: www.ukrant.nl